Na maanden twijfelen of ik dit verhaal wel wou delen, is het toch zover: mijn zwangerschaps/bevallingsverhaal. Had je mij vorig jaar verteld dat er dit jaar twee fantastische jongetjes deel uit zouden maken van ons gezin, ik had je gek verklaard. En misschien deed ik ervan wel in mijn broek. Het afgelopen jaar was namelijk één met een grote uitdaging, maar gelukkig wel met een happy end.

Het eerste trimester

Wie me kent, weet dat de laatste maanden van mijn zwangerschap geen pretje waren. Behalve de misselijkheid en extreme vermoeidheid kon ik het eerste trimester niet klagen. Het was zwaarder dan een gewone zwangerschap, dat zeker. Maar al bij al ging de zwangerschap best wel oké. Ochtendmisselijkheid, middagmisselijkheid en avondmisselijkheid: check. Maar na een climax op twintig weken waarbij ik twee dagen bijna niets kon binnenhouden, was alles plots over. Maagzuur en vreemde goestingskes niet meegerekend uiteraard. Maar kom, hebben we dat ook gehad.

Het tweede trimester

Reeds voor de twintigste week had ik al last van harde buiken en mijn baarmoederhals was iets te kort voor de termijn, zodat er bij de eerste baarmoederhalsmeting rond 25 weken al werd gesproken van longrijping. De ene baby was groter dan de andere, maar al bij al niets zorgwekkend. Enkel een reden om alles wat extra op te volgen. Maar die opvolging krijg je er sowieso bij je zwanger bent van meerdere baby’s, en al zeker bij een gedeelde placenta. Want met tweelingskes weet je nooit natuurlijk. De kans dat je te vroeg bevalt is nog steeds groter dan bij een éénlingzwangerschap, maar de levensvatbare termijn hadden we intussen gehaald.

Niets van de gevaren braken door en mijn lichaam leek even sterker dan verwacht. Mijn baarmoederhals bleef stabiel, longrijping was voorlopig niet nodig en de baby’s bleven allebei goed groeien. Ik kon blijven werken en we bleven duimen, zo mocht het wel nog even verder gaan.

De laatste loodjes

Tot ik op 29 weken mijn breekpunt bereikte. Enkele uren na elkaar zitten werd moeilijker en wandelen ging niet verder dan enkele meters. Mijn lichaam takelde af en er was niets wat ik er aan kon doen. Ik probeerde in beweging te blijven, maar door de harde buiken was dit allesbehalve evident. Hoe goed de maanden ervoor ook gingen, toen stond ons leven even stil. Ondanks de beperkte bewegingsvrijheid maakten we er het beste van. Mijn dagactiviteit bestond uit eten klaarmaken of wat rommelen in huis. Die beperking is niet handig met nestdrang, maar kom, het is toch van de kleine dingen in het leven dat je ’t moet hebben. *knipoog*

Op 34 weken vertrouwde ik het niet helemaal en omdat mijn vriend de dag erna naar de andere kant van het land moest liet ik me toch even checken. Twee prikjes in mijn bil en een slapeloze nacht op de monitorkamer van het moederhuis later mocht ik terug naar huis. Onder strikte voorwaarden, want op de monitor bleef men activiteit zien. Zodra ik me inspande, zowel mentaal of fysiek, kwamen de weeën op. Omdat de pijn niet erger was dan de laatste weken mocht ik terug naar huis. Blij terug thuis te zijn hield ik me extra rustig, want in mijn o zo vertrouwde zetel voelde ik me het best.

Heel eerlijk: het was de moeilijkste periode van mijn leven. Niet enkel fysiek takel je af, maar ook mentaal. Gewoon aan iets denken bezorgde me een harde buik. Ik bracht de dag al liggend door want recht zitten ging niet meer zonder pijn. Ik voelde me gewoon een kasplantje. Mama zijn voor mijn dochter ging niet meer, ik kon haar drukte en activiteit niet meer aan. Ook bezoek was moeilijk, na een uurtje was ik zo moe dat ik even moest slapen. Op het moment zelf ga je er in mee, een andere  optie is er niet. Maar achteraf gezien zat ik diep, heel erg diep, en was deze situatie allesbehalve normaal.

Deze toestand duurde twee volle weken…

Benieuwd hoe het verder gaat? Binnenkort deel ik deel 2 van mijn verhaal: de bevalling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *